In April en Mei dit jaar fietste ik naar Zwitserland, waarbij ik zoals meestal, vanuit huis vertrok.
Het werd een afwisselende reis, die me in 2,5 week via een aantal Nederlandse provincies, België en Frankrijk naar het Zwitserse Solothurn brachten.
Deel 1 –> Via een omweg door Nederland naar het Zuiden van Limburg
In tegenstelling tot mijn fietsreis aan het einde van de zomer vorig jaar, toen ik in Berlijn startte, begon ik nu weer ‘vanouds’ vanuit huis. Dit betekent weliswaar dat ik sowieso de eerste 2 dagen bijna volledig over bekend terrein fiets, maar ik kan er op deze manier wel lekker ‘in komen’, dus erg is het niet.
Daarnaast had ik nu ook nog een 200km brevet (in de Achterhoek) gepland staan om te fietsen op de eerste zaterdag van mijn vakantie. Aangezien de vakantie op Donderdag al begon, kon ik nu prima fietsend naar de start van dit brevet komen 🙂
De 2 dagen richting Doetinchem gingen via allerlei waarden oostwaarts, waar het via de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe richting de IJssel ging, die ik bij Doesburg overstak. Na het oversteken van deze rivier zit je al in de Achterhoek, en vanaf daar was het niet ver meer naar de camping even voorbij Doetinchem.
Het fietsen van de 200km-rit op de zaterdag was met wisselend resultaat: het was een leuke rit, maar op enig moment zat ik er helemaal doorheen. Ik vermoed dat ik toch wat last had van de 2 dagen ervoor, de reisdagen.
Vanaf de dag na het brevet ging de vakantie ‘echt’ beginnen, en ging ik ook echt zuidwaarts. Eerst door een stukje Duitsland, om bij Emmerich de Rijn over te steken, maar ik fietste hierna al vrij snel weer in het Nederlandse. Tijdens deze 2,5 dagen door Nederland was de rivier de Maas eigenlijk mijn leidraad. Ik bleef hem tot pak hem beet Maastricht volgen, soms pal naast de rivier en soms er wat verder vanaf. Ik had geen zin om door Maastricht te fietsen (heb ik dit jaar al 2x gedaan), dus daar ging ik met een flinke boog omheen langs het Albertkanaal. Dit fietste lekker door. Hier fietste ik, tot ik tegenover Eijsden fietste, ook door een grensgebied van Nederland en België, tot ik bij Eijsden voorgoed België in fietste.
Deel 2 –> Via de Maas en Ourthe dwars door België richting Frankrijk
Na het infietsen van België bleef ik tot aan Luik de rivier de Maas volgen. Luik doorkruiste ik midden door de stad, en dit was op zijn zachtst gezegd ‘een avontuur’. Niks fijne fietspaden, nee je werd gewoon over de stoep of de weg gestuurd. Op zich wel prima te handelen, maar het was vooral erg zig-zaggerig en stuiterig. De wegen en paden waren namelijk nogal 1230 zeg maar 😉 Per saldo denk ik dat het nog erger was dan het fietsen in Brussel, vorig jaar…
Uiteindelijk kwam ik op de plek waar de rivier de Ourthe uitkomt in de Maas, en hier liet ik de Maas achter mij om deze nieuwe rivier te blijven volgen. De komende 2 dagen zou de rivier mij gezelschap houden.
Het fietsen door het dal van de Ourthe was eigenlijk best tof, ik vond het een erg mooi dal om in te rijden, met links en rechts best hoge rotswanden. Dit dal bleef ik volgen tot het stadje ‘La-roche-en-Ardenne’, waar ik een paar jaar terug ook al met de fiets doorheen kwam; toen ook onderweg naar Zwitserland. Na het passeren van ‘La-roche’ ging het via een lange klim het dal uit, en kwam ik op een plateau terecht. Het makkelijke deel van de reis had ik voor nu even achter mij gelaten, want de rest van de route tot aan de Franse grens mocht ik nu continue klimmen. Dit maakte het fietsen enerzijds een stuk zwaarder; maar anderzijds ook gelijk leuker. Het uitzicht veranderde namelijk continue.
Als toetje, voordat ik afdaalde in het dal van de rivier de Semois, kwam ik nog door het prachtige woud van Saint-Hubert. Dit bos is 1 van de grootste bosmassieven van Belgie, en het is er vooral ook erg rustig en stil; en je kan er prachtig fietsen. Fietste ik langs de Ourthe nog over een Ravel, nu fietste ik over een sportievere fietsroute: Véloroute Centre Ardenne. De route volgt voornamelijk rustige weggetjes, waarvan enkele onverhard zijn. Je moet echter wel aan de bak, want echt vlak is het niet.
Na een stevige afdaling + overnachting in het dal van de Semois, mag ik vrijwel gelijk weer het dal uitklimmen, en kom dan wederom op een voormalig spoorlijntje uit. Deze spoorlijn brengt mij tot in Frankrijk, wat ik bijna ongemerkt in rijd omdat er wederom geen fatsoenlijke grensovergang is; ik had niet anders verwacht. Blijkbaar ziet men fietspaden toch niet echt als een groot genoeg risico voor de nationale veiligheid om er bewakers en douane neer te zetten 😉
Deel 3 –> Zigzaggend door Oost-Frankrijk
Eenmaal Frankrijk in gefietst, bleef het fietsen lange tijd redelijk makkelijk; omdat ik weer in de Maasvallei was terecht gekomen. De rivier zelf zag ik nog niet; maar zijn aanwezigheid was onmiskenbaar. Het duurde dus ook niet erg lang voor ik hem weer tegenkwam. Het eerste dat mij opviel was dat hij slechts een fractie was van de Maas die je in Nederland kent. Niet heel gek natuurlijk, aangezien ik nu een stuk dichter bij de bron van de rivier was; en er ook een aantal stevige zijrivieren nog niet in de rivier waren uitgevloeid.
Via een internationaal gemarkeerde fietsroute, de ‘Maasroute’ of ‘Eurovelo 19’ ging het verder richting het zuidwesten. De ene keer meer naar het zuidwesten, de andere keer meer zuidwestwaarts of zuidoostwaarts. Ik bleef de rivier nog bijna 2 dagen volgen, daarbij fietsend over mooie fietspaden, smalle landbouwweggetjes en ook enkele wat grotere weggetjes. Onderweg kwam ik door ‘doodse’ dorpjes, waar niks te beleven was, en ook wat grotere steden zoals Verdun en Commercy. Bij de eerste was ik erg onder de indruk van de architectuur, ik vond het een leuke stad om doorheen te cruisen!
Helaas maakte ik ook een rookie-mistake: ik was (en niet voor het eerst!) vergeten dat het 1 mei was; en dat betekend dat zo’n beetje overal in Europa (behalve Nederland) alles en iedereen de ‘dag van de arbeid’ aan het vieren is, en dus vrij is. Consequenties voor fietsen: zo goed als geen mogelijkheden om proviand te halen. Gelukkig kwam ik er bijtijds achter, en hadden ze op de camping in Sivry-sur-Meuse nog wat spullen zoals chips en crackers die ik gelijk ‘in beslag’ nam 🙂
Even ten zuiden van de stad Commercy liet ik de Maas weer achter me, nu voorgoed, en ging via het ‘canal de la marne au rhin’ richting de stad Toul; waar ik mijn volgende rivier van deze reis oppikte: de Moezel. Deze bleef ik wederom best lang volgen, en dit was eigenlijk perfect fietsen omdat ik over een rustige voie verte werd gevoerd. Een fietspad op een jaagpad langs het ‘Canal des vosges’ met werkelijk perfect asfalt. Dit voerde mij via Charmes (overigens met prachtige camping, met geweldig trekkersveld) richting Epinal en uiteindelijk naar de Vogezen. Voorbij Epinal verliet ik de ‘Voie Bleu’ langs de het moezelkanaal, en stapte over op een andere voie verte: de ‘voie verte Haute Vosges’. Deze naam is niet geheel random gekozen, want het aantal hoogtemeters ging nu vrij snel constant omhoog. Even buiten het dorpje ‘ Le Thillon’ verliet ik de voie verte weer, en moest ik flink aan de bak omdat ik een heuze ‘Vogees’ moest beklimmen: de Col du Ballon de Servance. Deze klim gaat naar de pas op ongeveer 1157 meter hoogte. Onderweg reed ik door dichte bossen, met af en toe een mooi uitzicht. Was het eerder die dag nog redelijk drukkend warm, nu had ik daar geen last van door de hoogte. De temperatuur daalt natuurlijk netjes elke 100 meter met maar liefst 1 graad 😉
Boven aan de pas was er niet veel bijzonders te zien, dus ik besloot vrij snel om weer door te fietsen en de afdaling in te gaan. Deze was helaas wat minder, omdat het wegdek nogal ‘hobbelig’ was. Hierdoor durfde ik de snelheid van de fiets niet al te hoog te laten worden. Is niet erg, ik genoot desalniettemin toch flink van de uitzichten onderweg en ook van de mooie bossen.
Nu ging het via onder andere de steden Belfort, Besancon en Montbeliard langs een reeks kanalen en de rivier de Doubs steeds verder het middelgebergte de Jura in. De rivier de Doubs is ook weer voor ruim anderhalve dag mijn gids, en ik denk dat dit het mooiste rivierdal is van de reis tot nu toe waar ik doorheen heb gefietst. Wat dat betreft heb ik de rivieren goed uitgezocht, er zit best wel een stijgende lijn in qua schoonheid van de rivierdalen.
Hoogtepunt tijdens het fietsen in het Doubs-dal was het spotten van een heuse gems, oftewel een wilde berggeit. Ik fietste over een superstil fietspad, met rechts de rivier en links grasveldjes voor het vee en daarachter bos + bergen. Het beestje stond nog geen 10 meter van het fietspad van het gras te snoepen, en had mij pas in de gaten toen ik stopte en geluid maakte om mijn fototoestel te pakken. Hierna was hij helaas wel vrij snel het bos in verdwenen, maar vond het toch een gaaf moment. Normaalgesproken kom je deze dieren niet zo snel tegen, maar het zal helpen dat het echt superstil is in dit gebied.
Het achter me laten van de rivier betekende ook gelijk dat ik weer ‘aan de bak’ moest, de Jura is namelijk allesbehalve vlak. Het heet namelijk niet voor niks een ‘middelgebergte’ 😉 Gelukkig waren de klimmen allemaal prima te doen over (zeer) rustige weggetjes met goed asfalt en schappelijke klimpercentages. En eigenlijk nog het belangrijkste: het is hier gewoon echt heel erg mooi. Ik zat werkelijk te genieten op de fiets 🙂
Tijdens mijn oversteek van de Jura had ik te maken met wisselende weersomstandigheden. Helaas zat hier ook 1 dag tussen waarbij het weer dusdanig slecht was, door langdurige regen, dat ik besloten heb een rustdag in te lassen op de camping in Arbois. De camping was toch redelijk relaxed, en er waren ook voorzieningen als overdekte picknicktafels, zodat ik niet de hele dag in de tent hoefde te schuilen.
Eigenlijk was mijn rustdag sowieso wel welkom, om energie bij te tanken. In de 2 dagen na de rustdag kwam ik namelijk op het hoogste punt van de reis, met ook gelijk de meest gefietste hoogtemeters per dag. Tijdens de 2e dag fietste ik vlak voor ik de grens met Zwitserland overfietste nog naar ruim 1300 meter boven NAP: eerst over de muur van Lajoux naar het gelijknamige skidorp, en vervolgens nog hoger naar de Col de la Faucille. Hierna kon ik via een lange reeks haarspelden lekker afdalen richting de plaatsen Gex en Divonne-les-bains, waarna het niet ver meer was naar de Zwitserse grens…
Deel 4 –> Eindspurt door het westelijke merengebied in Zwitserland
Na het in fietsen van Zwitserland zet ik koers naar de oevers van het meer van Geneve. In het westen van Zwitserland heb je een aantal grotere meren die netjes op een rijtje lijken te liggen, en een drietal van deze meren dient als leidraad voor het laatste stuk van mijn reis.
Het meer van Geneve volg ik langs een landelijke fietsroute, de ‘rhone route’, tot even voor de grote stad ‘Lausanne’. Deze route voert me op gepaste afstand langs het meer, over het algemeen over rustige weggetjes. Helaas is het allesbehalve vlak, en soms krijg ik korte klimmetjes voor de kiezen die aanzienlijk steiler zijn dan de grote cols in de Jura en Vogezen die ik de afgelopen week befietst. Ik krijg sterk de indruk dat men koste wat kost gebruik wil maken van rustige weggetjes, en daar even vergeten is dat het klimpercentage ook van belang is 😉
Even voor Lausanne sla ik ‘linksaf’ naar het Noorden, om uiteindelijk bij het Lac de Neuchatel uit te komen. Van dit meer zie ik eigenlijk nog minder dan van het meer van Geneve, omdat ik nu over een fietspad fiets dat iets van het meer afligt met daartussen een dik bos met dikke bomen. Leuke afwisseling waren een paar wat oudere dorpjes met leuke oude centra, met dito oude kasseien waar de fiets flink stuiterend overheen ging. Dit waren van die moment dat ik blij was met mijn stalen frame en 42mm bandjes 😉
Uiteindelijk laat ik ook het meer van Neuchatel achter me, en nu gaat het via het veel kleinere Lac de Bienne en de Aare richting de stad Solothurn. Solothurn zal uiteindelijk ook mijn eindbestemming zijn. Het plan was eerst om via de Jura richting Basel te fietsen, maar gezien de weersvooruitzichten heb ik dat geskipt, omdat het vanuit Solothurn ook redelijk eenvoudig is om met de trein weer in Nederland te komen.
Deze treinreis ging eigenlijk redelijk soepel, al was het wel weer opvallend dat ik aan het einde van de reis meer last van mijn zitvlak had dan na 3 weken fietsen. Het blijft hoe je het ook wendt of keert een hele lange zit 😛
| Dag | Van | Naar | Kilometer | Hoogtemeters |
|---|---|---|---|---|
| 23-04-2026 | Thuis | Renkum | 102,1 | 257 |
| 24-04-2026 | Renkum | Doetinchem | 67,5 | 352 |
| 25-04-2026 | 200km brevet Doetinchem | 214,8 | 472 | |
| 26-04-2026 | Doetinchem | Geysteren | 80,5 | 230 |
| 27-04-2026 | Geysteren | Elsloo | 125,8 | 375 |
| 28-04-2026 | Elsloo | Barvaux | 116,7 | 589 |
| 29-04-2026 | Barvaux | Mortehan | 109,3 | 1280 |
| 30-04-2026 | Mortehan | Sivry-sur-Meuse | 109,2 | 898 |
| 01-05-2026 | Sivry-sur-Meuse | Euville | 91,5 | 588 |
| 02-05-2026 | Euville | Charmes | 91,1 | 409 |
| 03-05-2026 | Charmes | Belfort | 129,1 | 1382 |
| 04-05-2026 | Belfort | Besançon | 115,6 | 339 |
| 05-05-2026 | Besançon | Arbois | 61,2 | 550 |
| 06-05-2026 | Rustdag in Arbois | 0 | 0 | |
| 07-05-2026 | Arbois | Le Martinet | 96,7 | 1357 |
| 08-05-2026 | Le Martinet | Rolle | 80,7 | 1347 |
| 09-05-2026 | Rolle | Estavayer | 90,9 | 801 |
| 10-05-2026 | Estavayer | Solothurn | 81,4 | 415 |
| 11-05-2026 | Solothurn | Thuis | 13,1 | 0 |

































