De weersvoorspellingen voor het eerste volledige weekend van februari waren positief, heel erg positief. Dusdanig goed zelfs dat de fietsmicrobe weer wakker geschud werd. Heel even zat ik in dubio: het 200 kilometer brevet vanuit Zwolle fietsen, of toch gewoon lekker op avontuur en bikepackend het weekend door?
Na niet al te lang nadenken besloot ik toch te gaan bikepacken, en omdat ik 4 dagen tot mijn beschikking had kon ik ook nog eens echt ergens komen. Richting: zuidwaarts! Richting Luxemburg! Het plan is om hier in 3 dagen aan te komen, en dan op de maandag met de trein terug zu hause.
Dag 1: Thuis –> Bocholt (136,6km)
De fiets had ik de avond ervoor al volgepakt, en na mijn bidons volgegooid te hebben met water stapte ik op mijn stalen ros. Eerst richting de Merwedebrug bij Gorinchem, om in het Brabantse Land terecht te komen.
Ik ging nu bijna continue in zuid-oostelijke richting, hierbij mooie natuurgebieden als de Loonse- en Drunense duinen en de Kampina doorkruisend. Vanaf Best werd het fietsen echter wat minder ‘best’, omdat ik vanaf daar strak door Eindhoven heen gevoerd werd. Vanaf het moment dat ik Eindhoven Airport passeerde reed ik bijna continue door een mix van nieuwbouwwijken en industrie- en kantoorterreinen. Niet bijster interessant fietsen helaas, dus ik was uiteindelijk blij dat ik de Dommel passeerde en het landschap weer leuker fietsen werd. Via Waalre en Valkenswaard ging het nu op de grens met Belgie aan, en na die redelijk onopgemerkt te zijn overgestoken ging het via mooie fietspaden richting mijn geboekte overnachtingsadres, een B&B even voor Bocholt.
Dag 2: Bocholt –> Butgenbach (138,5km)
Fantastische fietsdag vandaag. Sowieso wat betreft het weer: nagenoeg de hele dag fietste ik in de zon, en zonder al te veel wind.
Ook fietste ik door een paar prachtige Belgische gebieden. Het begon al vlak na het passeren van Bocholt, toen ik door de Limburgse Kempen trok richting de Hoge Kempen. Heel erg leuk fietsen over continue rustige weggetjes of vrij gelegen fietspaden. Dit gebied laat zich nog het best vergelijken met de Veluwe, of de stuwwal bij Nijmegen; maar dan met de Belgische twist natuurlijk 🙂
Uiteindelijk kwam ik door de stad Lanaken, waarna ik de grens met Nederland weer (ongemerkt!) overstak. Vrijwel naadloos ging ik Maastricht in, waar ik licht slalommend om de mensenmassa’s heen op de uitpuilende terrassen heen moest fietsen. Uiteindelijk na de Maas te zijn overgestoken ging het via een aantal klimmetjes in de Limburgse heuvels richting Slenaken, waar ik België weer in fietste.
De Voerstreek. Dat is het stukje Vlaanderen dat ik nu in fietste. Het is qua heuveligheid redelijk hetzelfde als Zuid-Limburg. Men praat er Vlaams, en als je er tijdens het pissen niet goed mikt dan pis je zo in Wallonie, zo klein is de Voerstreek. Ik was er dus vrij rap doorheen, eigenlijk nog sneller dan door Zuid-Limburg. Ik fietste nu na het passeren van Eupen langzaamaan richting het dak van België, namelijk de Hoge Venen in de Oostkantons. Ik merkte dat ik nu ook langzaamaan harder moest gaan werken tijdens het fietsen, maar het ging nog steeds eigenlijk wel erg lekker. Enige ‘moeizame’ deeltrajectje was een gravelstrook van +- 3 kilometer. Ik had bij het maken van de route al gezien dat ik er overheen zou komen, maar besloot het ter plaatse wel te bekijken. Gelukkig was het nog redelijk te behappen met mijn net nieuwe 32mm bandjes: grip had ik nog genoeg; en het pad was ook weer niet TE stuiterig. Gewoon rustig aan, dan lukt het wel.
Na een poosje door de bossen van de Hoge Venen te hebben rondgezworver, op afwisselend asfalt- en gravelwegen, kom ik nabij Sourbrodt op de Vennbahn terecht, de tot fietspad omgebouwde voormalige spoorlijn tussen Aken en Troisvierges. Hierop blijf ik nog een poosje relaxed fietsen, tot ik nabij Butgenbach een andere RAVEL oppak die mij bijna tot voor de deur van mijn kamer op de Camping Worriken brengt.
Inchecken had bij de campingreceptie gemoeten, maar die was maar tot 17:00 open; en ik was er vrij zeker van dat ik dat niet ging halen; dus ik had van te voren al even gebeld. Gelukkig geen probleem, en mijn kamersleutel lag al klaar.
Dag 3: Butgenbach –> Luxemburg (134,1km)
Vannacht was een erg koude nacht, dusdanig koud dat toen ik naar buiten keek ik een totaal witte wereld zag van de rijp. Dit betekende dus dat ik voorzichtig aan moest doen zodra ik op pad ging, ik heb namelijk geen zin om onderuit te gaan vanwege de gladheid.
Na het ontbijt was ik weer vrij vlot klaar met pakken, en zat even over negenen op de fiets. Doel vandaag: Luxemburg! De eindbestemming van dit mini-avontuur.
Al vrijwel gelijk na het verlaten van Butgenbach kom ik door de verlaten heuvels en bossen van de Oostkantons. Doordat het aan de ene kant zonnig weer is, maar er aan de andere kant ook her en der wat grondmist is door het temperatuurverschil, was het werkelijk een prachtige ochtend.
Langzaamaan kwam ik op deze manier, een beetje op en neer gaand, uiteindelijk vanzelf bij het drielandenpunt van België, Luxemburg en Duitsland bij het dorpje Ouren in het Ourdal.
Het dorpje Ouren ligt dus in het dal van de Our zelf, na het passeren van het drielandenpunt ging het via een lange beklimming over een rustige weg weer omhoog. Reed ik in het dal nog redelijk in de dichte mist; eenmaal weer boven aangekomen kwam ik vanzelf weer in het zonnetje terecht.
Eenmaal boven aangekomen, nu ook in Luxemburg dus, was het landschap aanzienlijk anders dan in de Belgische Oostkantons. Reed ik in België toch vooral door beboste heuvels, af en toe onderbroken door kleinschalige weilanden; daar reed ik hier in Luxemburg voor tussen de kale landbouwgronden door over de toppen van de heuvels. Wel mooie vergezichten, maar uiteindelijk wel wat minder mooi dan het stuk in België.
Min of meer de snelweg de N7 parallel volgend, via landbouwweggetjes, ging het richting de stad Diekirch. Hier kwam ik in het dal van de Sure, waar ik via een mooi fietspad richting Ettelbruck fietste. Hier kwam ik niet voor het eerst, een paar jaar terug fietste ik hier ook al toen ik onderweg was naar Bazel. Vanaf Ettelbruck reed ik nu ook min of meer de zelfde route als toen, over vrijgelegen fietspaden door het dal van de Alzette. Dit fietspad bracht me uiteindelijk tot in de stad Luxemburg, waar ik rond zonsondergang aankwam. Hier mocht ik ook met een grote lift omhoog vanuit ‘Grund’ naar de Oberstadt; dat tientallen meters hoger ligt. Hierna was het niet bijster ver meer naar mijn hotel, pal tegenover het centraal station van de stad, vanaf waar ik morgen met de trein weer op huis aan ga.
Weer terug naar huis
Na drie dagen fietsen kwam ik uiteindelijk moe maar voldaan aan in Luxemburg stad. Ik kijk terug op een erg toffe driedaagse tocht, waarbij vooral het gedeelte door de Oostkantons mij heel erg ‘goed gesmaakt’ heeft.
Wat hierbij zeker geholpen heeft was het goede weer. Vooral de zaterdag was eigenlijk gewoon perfect fietsweer: heerlijke temperaturen in een lekker zonnetje, en niet al te overheersende winden.
De reis naar huis deed ik met de trein. Vanuit Luxemburg is het redelijk makkelijk om in Rotterdam te komen. Er gaan elk uur intercitytreinen van Luxemburg naar Brussel, waar ook fietsen in mogen. Vervolgens kan je na een kort wachttijd van nog geen half uur overstappen op de Eurocity Direct naar Lelystad; welke ook in Rotterdam stopt. Totale reistijd met de trein was iets meer dan 5 uur, en vervolgens nog een kleine 45 minuten naar huis fietsen.
Met een totaal aantal kilometers van 425 kilometer en een daggemiddelde van ruim 135 kilometer per dag was dit ook een tocht met relatief veel kilometers per dag, en ik moet zeggen dat dit nog redelijk makkelijk ging. Enige nadeel was dat ik op enig moment toch wel last van zadelpijnen begon te krijgen omdat mijn nieuwe leren Gilbert Berthoud-zadel nog niet goed is ingereden. Dit zadel is aanzienlijk harder dan mijn andere leren zadels van Brooks, en daardoor duurt het inrijden iets langer. Gelukkig beginnen er onder andere na dit driedaagse avontuur, toch eindelijk wat sporen te ontstaan die het uiteindelijk comfortabeler moeten maken 🙂














